20 oktober 2026
‘We hoeven niet meer te kiezen welk kind we kunnen helpen’

Achter lastig gedrag in de klas schuilt vaak een verhaal. Kinderen die opgroeien in armoede dragen vaak al op jonge leeftijd veel met zich mee, met gevolgen voor hun welzijn én leerontwikkeling. Dankzij onze steun kunnen scholen leerlingen de hulp bieden die zij nodig hebben, zonder financiële drempels.
Een kind dat ineens ontploft bij een kleine correctie. Een leerling die zich terugtrekt of worstelt met driftbuien, faalangst of concentratieproblemen. Achter wat zichtbaar wordt in de klas, schuilt vaak veel meer: denk aan armoede, stress, huiselijk geweld of trauma.
Opgestapelde emoties
‘Sommige van onze leerlingen krijgen al op jonge leeftijd veel te verwerken’, vertelt Sara, die als gedragsspecialist op een Rotterdamse basisschool werkt. ‘Dan zie je dat emoties zich opstapelen. Ze ervaren bijvoorbeeld boosheid, verdriet of angst, maar weten soms nog niet goed hoe ze daarmee om kunnen gaan. En als een kind emotioneel vastloopt, komt er van leren ook weinig terecht.’
De school heeft een diverse leerlingenpopulatie. Veel kinderen groeien op in gezinnen die financieel weinig ruimte hebben of hebben een migratie- of vluchtachtergrond. Ook Amina, maatschappelijk werker op de school, ziet dagelijks hoeveel impact dit op kinderen en gezinnen heeft. ‘Veel ouders willen hun kind graag helpen, maar lopen vast door regels, lange wachtlijsten of geldgebrek.’
Schrijnende ongelijkheid
Met de juiste begeleiding leren kinderen hun emoties herkennen en uiten. Dat helpt hen niet alleen om zich beter te voelen, maar geeft ook meer ruimte om te leren. Niet ieder kind heeft specialistische hulp nodig. Soms kan laagdrempelige ondersteuning, zoals gesprekken met een kindercoach, speltherapie of begeleiding bij het omgaan met emoties, al veel verschil maken en voorkomen dat problemen verergeren.
Maar toegang tot die hulp is niet voor ieder kind vanzelfsprekend. De wachtlijsten zijn vaak lang en particuliere hulp kost geld. Daardoor bepaalt de financiële situatie van ouders mede hoe snel een kind hulp krijgt. Ouders die het kunnen betalen, kunnen zelf hulp inkomen en wachttijden in de reguliere zorg vermijden. Gezinnen die dat geld niet hebben, zijn afhankelijk van voorzieningen die niet altijd op tijd beschikbaar zijn.
Amina ziet wat dat in de praktijk betekent: ‘Veel ouders willen hun kind helpen, maar kunnen de hulp simpelweg niet betalen. Dat zorgt voor schrijnende ongelijkheid. Twee kinderen kunnen precies dezelfde problemen hebben, maar als de ene ouder een kindercoach kan betalen en de andere niet, krijgen ze niet dezelfde kansen. Ondertussen kunnen de problemen groter worden.’
 (1).jpg)
Hulp op school maakt verschil
Het Jeugdeducatiefonds ondersteunt scholen daarom financieel bij de zorg voor leerlingen. Wanneer bestaande voorzieningen niet op tijd beschikbaar zijn of ouders de benodigde hulp niet kunnen betalen, kunnen scholen hiervoor budget aanvragen.
Dankzij deze steun kon het zorgteam van de school van Sara en Amina uitbreiden. Sara: ‘We kunnen nu meer kinderen tijdig hulp bieden, gewoon bij ons op school. Ze hoeven niet naar een onbekende praktijk of hulpinstantie, maar krijgen begeleiding van bekende gezichten in een vertrouwde omgeving.’
Dat maakt het makkelijker om snel in actie te komen, vertelt Amina. ‘Als een kind vandaag hulp nodig heeft, kunnen we meteen schakelen. Ook voor ouders verlaagt ondersteuning op school de drempel. Hulpverlening is voor veel gezinnen beladen, maar school voelt veilig. Ouders kennen ons al; daardoor durven ze sneller hulp te accepteren.’
Een troostend schilderij
Begeleiding kan er voor ieder kind anders uitzien. Sara: ‘We kijken altijd: wat heeft een kind op dit moment nodig? Een kind dat niet wil praten, kan misschien wel tekenen of opent zich misschien makkelijker tijdens een wandeling.’
Ze vertelt over een leerling die haar is bijgebleven. ‘Het meisje had een moeilijke periode achter de rug en vond het lastig om volwassenen te vertrouwen. Bij andere hulpverleners klapte ze dicht. De eerste sessies pakte ik heel voorzichtig aan. Ik legde geen druk op haar en stelde niet te veel vragen, zodat zij zelf kon aangeven wat ze nodig had.’
Na een paar sessies begon het meisje te tekenen. ‘Via haar tekeningen leerde ze emoties herkennen en uiten. Langzaam bloeide ze op. Een paar maanden later vertelde ze dat ze de technieken die ze had geleerd inmiddels gebruikte om een vriendin te helpen. Dat vond ik heel bijzonder,’ zegt Sara. ‘Dan zie je dat het echt is geland.’
Ruimte om te groeien
Dankzij de extra capaciteit kan de school meer leerlingen helpen. Sara: ‘Eerder moesten we soms kiezen welk kind we konden helpen en welk kind niet, simpelweg omdat er geen budget was. Soms zagen we een kind dan afglijden, terwijl we wisten: met hulp had het anders kunnen lopen.’
‘We kunnen niet alle problemen oplossen; we hebben geen toverstaf. Maar we kunnen nu wel meer kinderen ondersteunen en voorkomen dat problemen groter worden. Soms is dat allesbepalend. Want als een kind zich veilig en gezien voelt, ontstaat er weer ruimte om te leren en groeien.’
Lees meer: Wat we doen voor betere aansluiting tussen onderwijs en zorg.