21 oktober 2026
Docent Bart: ‘Sinds we eten aanbieden, kunnen leerlingen de dag een stuk beter aan’

Rond elf uur 's ochtends zakte de energie bij leerlingen van praktijkschool De Brug vaak weg. Sinds de school dagelijks eten aanbiedt, gebeurt dat nauwelijks meer. Extra bijzonder: de leerlingen bereiden het eten zélf. Wat begon met crackers en fruit, groeide uit tot een dagelijkse schoollunch waar de hele school profijt van heeft. ‘Dit zou standaard bij het onderwijs moeten horen.’
Horecadocent Bart Hoogvorst ziet dagelijks wat eten op school kan betekenen: zijn leerlingen hebben meer energie om de dag door te komen, leren over gezonde voeding én ontwikkelen vaardigheden en zelfvertrouwen in de keuken.
Bart werkt inmiddels dertien jaar als docent op praktijkschool De Brug in Assendelft. Hij geeft onder meer kook- en serveerlessen. ‘Sommige leerlingen koken thuis al regelmatig, maar bij anderen moet je echt bij de basis beginnen en uitleggen wanneer water kookt. Veel leerlingen hebben een geschiedenis waarin school hen niet altijd goed afging. Als je jarenlang hoort dat je niet goed bent in taal of rekenen, doet dat iets met je zelfvertrouwen. Bij ons kunnen ze ontdekken dat ze wél dingen kunnen.’
Zonder ontbijt naar school
Toen Bart hoorde dat scholen vanuit het Jeugdeducatiefonds financiering konden krijgen voor eten en drinken op school, was hij meteen enthousiast. ‘Ik heb meteen gezegd dat we hier iets mee moesten. Als horecadocent heb ik natuurlijk affiniteit met eten, maar ik vond het vooral belangrijk dat we iets voor onze leerlingen konden betekenen.’
Hij zag dat leerlingen steeds vaker zonder ontbijt naar school kwamen en ook geen lunch meenamen. ‘Het was de periode waarin veel gezinnen te maken kregen met energiearmoede. We ontvingen steeds meer signalen dat gezinnen van onze leerlingen het financieel moeilijk hadden. Ik wilde daar iets tegenoverstellen en zag het programma schoolmaaltijden als een kans om iets te doen.’
Kennismaken met gezonde voeding
De school begon eenvoudig, met het aanbieden van crackers, fruit, brood, beleg en pakjes drinken. Leerlingen werden vanaf het begin betrokken en hielpen mee met klaarzetten. Later werd het aanbod uitgebreid, met onder meer warme gerechten en vegetarische opties. Bart: ‘Zo laten we leerlingen ook kennismaken met nieuwe smaken en producten. Als je ze de kans geeft om dingen te proberen, kunnen ze spelenderwijs ontdekken wat gezonde voeding is en wat ze lekker vinden.’
Geen energiedip meer
Het effect van de maaltijden was al snel merkbaar, vertelt Bart. ‘Voorheen zagen we rond elf uur ’s ochtends een energiedip in de klas. Dan kon je sommige leerlingen wel van tafel schrapen. Eerder hadden we dat niet zo bewust aan eten gekoppeld. Maar sinds we schoolmaaltijden aanbieden, gebeurt dat niet of nauwelijks meer.’ Leerlingen die trek krijgen, kunnen iets te eten pakken. Dat maakt volgens Bart verschil. ‘Ze hebben zichtbaar meer energie en kunnen de schooldag een stuk beter aan.’
Koken voor 150 schoolgenoten
Inmiddels biedt de school dagelijks een lunch voor alle leerlingen. Bijzonder is dat leerlingen die ook zélf helpen bereiden. Zo combineert De Brug schoolmaaltijden met praktijkonderwijs. ‘Een groep leerlingen doet dit als stage binnen de school. Begeleid door een collega maken ze samen iedere dag eten voor zo’n 150 medeleerlingen: van belegde broodjes tot allerlei warme gerechten en toetjes.’
De schoolkeuken is voor leerlingen een veilige plek om praktijkervaring op te doen, vertelt Bart. ‘Ze oefenen hun vaardigheden binnen een vertrouwde omgeving. Ze leren niet alleen koken, maar ook verantwoordelijkheid nemen en samenwerken. Tegelijkertijd krijgen ze waardering voor hun werk van medeleerlingen en ervaren ze dat ze iets kunnen bijdragen aan de school.’
Dat doet volgens Bart ook iets met hun zelfvertrouwen. ‘Het is mooi om iets te maken waar anderen vervolgens van genieten. Dat doet iets met hoe leerlingen naar zichzelf kijken. Ze zien dat hun werk ertoe doet en dat ze iets voor een ander kunnen betekenen.’
Samen eten is óók een leermoment
De waarde van de lunch zit volgens Bart niet alleen in het eten zelf. Ook het gezamenlijke eetmoment is belangrijk. ‘De leerlingen eten samen in de klas. Samen eten is tegenwoordig niet vanzelfsprekend. Iedereen heeft zijn eigen bezigheden: je moet naar voetbal, je vader is op zijn werk en jij zit ’s avonds in je eentje aan de macaroni die in de magnetron is opgewarmd. Dat gebeurt in elk soort huishouden.’
Daarom vindt Bart het extra waardevol dat hier ruimte voor is op school. ‘Het gaat er niet alleen om wat er op tafel staat, maar ook om het moment dat je samenkomt. De lunch brengt leerlingen op een ontspannen manier bij elkaar.’
Een veilige plek voor leerlingen
Dat de school eten aanbiedt, past volgens Bart bij de rol die De Brug voor veel leerlingen vervult. ‘De school is een veilige plek waar ze terechtkunnen als het thuis moeilijk gaat. Financiële problemen zijn niet altijd zichtbaar en erover praten is vaak niet gemakkelijk. Toch komen er geregeld signalen naar voren in gesprekken met leerlingen en ouders.
Hoewel lesgeven de eerste taak van een school blijft, ziet Bart ook een bredere verantwoordelijkheid. ‘Wij zijn de plek waar ze terechtkunnen als leerlingen het even niet meer weten. We kunnen ondersteuning bieden en weten de weg naar de juiste hulp.’
Uiteindelijk draait het volgens hem om gelijke kansen. ‘We willen graag dat elke leerling een bepaald niveau Nederlands en rekenen haalt. Maar wat we vooral willen, is dat we iedere leerling dezelfde kansen geven om vooruit te komen. Dat niemand achterblijft.’
Vast onderdeel van het onderwijs
Juist omdat De Brug inmiddels merkt wat het aanbieden van eten oplevert, pleit Bart ervoor schoolmaaltijden een vast onderdeel van het onderwijs te maken, met structurele financiële steun vanuit de overheid.
‘Een maaltijd op school kan voorkomen dat een leerling afhaakt in de les. Als scholen willen bijdragen aan gelijke kansen, moeten ze ook de middelen hebben om leerlingen te ondersteunen wanneer dat nodig is.’