4 november 2026
‘150 euro maakte voor hem het verschil tussen opgeven en zijn droom najagen’

Een kapperspop om op te oefenen, een fiets om naar stage te gaan of zwemlessen om alsnog een diploma te halen. Op praktijkschool De Brug ziet docent Bart hoe relatief kleine kosten grote drempels kunnen vormen. Via Van Pro naar Prof kan de school leerlingen financieel ondersteunen. ‘We willen dat iedere leerling de kans krijgt om vooruit te komen.’
Bart Hoogvorst werkt als docent op praktijkschool De Brug in Assendelft. Sinds vorig jaar coördineert hij op zijn school het programma Van Pro naar Prof van het Jeugdeducatiefonds. Met het budget dat de school via dit programma ontvangt, kunnen leerlingen worden geholpen als financiële zorgen hen belemmeren om mee te doen of zich verder te ontwikkelen.
Bart ziet elke dag hoe belangrijk dat kan zijn. Hij noemt een recent voorbeeld dat hem is bijgebleven. ‘Een van mijn leerlingen liep stage in een kapsalon. De eigenaar stelde voor dat hij een kapperspop aanschafte, zodat hij kon oefenen met kammen en haren wassen. Kosten: zo’n 150 euro.’
Geen geld voor een oefenpop
Maar de kapperspop kwam er niet. De kapper begon te twijfelen aan de motivatie van de jongen en overwoog zijn stage te beëindigen. Bart besloot uit te zoeken wat er speelde. ‘Ik ging met de leerling in gesprek. Hij vertelde dat hij de pop niet kon betalen. Thuis was er weinig geld en hij wilde er niemand mee belasten. Uit schaamte had hij dit niet op zijn stage durven vertellen. Hij had voor zichzelf al besloten: dan maar geen kappersstage.’
Met budget van Van Pro naar Prof kon de school de oefenpop aanschaffen. De leerling kon zijn stage voortzetten en wil nu een kappersopleiding op het mbo gaan volgen. ‘Hij durft weer in zichzelf en zijn toekomst te geloven. Een bedrag van 150 euro maakte voor hem het verschil tussen opgeven en zijn droom najagen.’
Zeker voor jongeren op praktijkscholen is het opdoen van positieve ervaringen belangrijk, vertelt Bart. ‘Veel van onze leerlingen hebben al jong te maken gehad met tegenslagen. Ze horen soms al hun hele leven dat ze dingen niet kunnen of dat iets hen toch niet zal lukken. Dat doet iets met je zelfvertrouwen. Als je dan ook nog tegen financiële drempels aanloopt, kun je al snel denken: laat maar, ik geef het op. Terwijl het juist zo belangrijk is dat ook deze leerlingen de kans krijgen om mee te doen.’
Zonder fiets geen stage
En zo kan Bart nog veel meer voorbeelden noemen. Ook vervoer vormt vaak een obstakel. De school hoort regelmatig dat leerlingen niet op hun stage verschijnen. 'Als we doorvragen, blijkt vaak dat ze geen geld hebben voor een fiets of openbaar vervoer. Zo waren er twee leerlingen uit Assendelft die stage liepen in Koog aan de Zaan: een afstand van zes kilometer. Op de fiets prima te doen, maar lopend is dat een ander verhaal. Ze dreigden hun stageplek kwijt te raken en daarmee ook belangrijke werkervaring mis te lopen. Vanuit het budget hebben we twee fietsen voor hen aangeschaft, waardoor ze hun stage konden voortzetten.'
Meer dan een zwemdiploma
Soms gaat een hulpvraag niet direct over school of stage, maar om andere ervaringen die bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen. Zo organiseert De Brug ook zwemlessen vanuit het Van Pro naar Prof-budget. ‘Volgende week zwemmen drie meiden af voor hun A-diploma. Ze zijn tussen de twaalf en zestien jaar. Het is fantastisch dat ze op deze leeftijd alsnog hun zwemdiploma kunnen halen.' Voor Bart zit de waarde in meer dan alleen leren zwemmen. 'De meiden werken ergens naartoe, krijgen meer zelfvertrouwen en ondernemen samen iets sociaals. Het levert op allerlei fronten iets op.’
Geldzorgen leren herkennen
Het signaleren van financiële problemen bij leerlingen vraagt om alertheid, vertelt Bart. ‘Leerlingen vertellen vaak niet uit zichzelf dat ze iets niet kunnen betalen. Soms uit schaamte, soms omdat ze niemand met hun probleem willen belasten. Als leerkracht moet je daarom goed op kleine signalen letten. Durf ook door te vragen: als je bijvoorbeeld hoort dat een leerling niet op stage verschijnt, zoek dan naar de achterliggende reden. Zo kun je samen aan een oplossing werken.’
Ook het benutten van het beschikbare budget vraagt soms om een andere manier van denken, merkt Bart. ‘Als een leerling iets nodig heeft dat 600 euro kost, denken we als docenten soms: wat een hoop geld. In het onderwijs zijn we gewend om zuinig te zijn. Dat is op zichzelf natuurlijk goed, maar dit budget mag juist volop worden benut. Daar is het voor bedoeld.’
De kans om vooruit te komen
Uiteindelijk draait het voor Bart om gelijke kansen. ‘Onze eerste taak als school is natuurlijk het bieden van onderwijs. We willen graag dat iedere leerling een bepaald niveau in taal en rekenen haalt. Maar wat we vooral willen, is dat iedere leerling de kans krijgt om vooruit te komen in het leven. Als school kunnen we daar een cruciale rol in spelen.’